Historie

Ruim een eeuw geschiedenis
We schrijven 1909. De NV Philips Gloeilampenfabrieken is fors aan het groeien en heeft dringend behoefte aan personeel. Medewerkers moeten natuurlijk ook wonen, weet Anton Philips. Hij lost het probleem van de volkshuisvesting en de toenemende woningnood zelf op door een fabrieksdorp te stichten. Dat dorp moet alles in huis hebben voor de moderne fabrieksarbeider: een gezonde woning, een moestuin, voorzieningen en het werk op korte afstand. Hij ziet het fabrieksdorp voor zich als een saamhorige leefgemeenschap die trouw is aan het bedrijf waar men mocht werken.

Voor dat dorp vraagt hij de bekende stedenbouwkundige G.J. de Jongh. Die ontwerpt een romantische stratenpatroon met landelijke architectuur; een echt tuindorp. De drie andere buurten van na 1916 zijn van de hand van architect K.P.C. de Bazel en sluiten naadloos aan op het oorspronkelijke bedrijfsdorp. Zijn ontwerpen zijn ook te herkennen in andere Philipsbuurten, zoals Drents Dorp en de Barrier.

De ‘ruggengraat’ is de Frederiklaan, met een brede groene middenberm en dubbele bomenrijen de centrale hoofdweg tussen de dorpskern van Strijp en de Willemstraat. Voor die tijd zijn de woningen groot en is het sanitair modern; in de diepe tuinen is ruimte genoeg voor een moestuin. Centraal ligt het corporate green, het centrale park dat plaats heeft gemaakt voor het Philips Stadion en het Stadionkwartier.

Nu zijn we nog steeds gecharmeerd van dat dorp, van het karakter, de ruimte, de tuinen. De architectuur en sfeer zijn erkend, de woningen geliefd. De huizen zo vlakbij het stadscentrum zijn betaalbaar. Genoeg redenen om koers te wijzigen van gedeeltelijke sloop en vervangende nieuwbouw naar behoud en renovatie. Dat gebeurt nu, zodat de historische wijk weer klaar is voor de toekomst.